Reizen is niet altijd leuk

Door Eva de Reus
Dit artikel hoort bij het land Australië
Toon meer berichten

Nu we in de outback van Australië zijn beland, is het tijd voor het échte rijden. Oftewel, urenlang achter elkaar op de Australische wegen spenderen om het volgende dorp te bereiken.

En daar hebben we ons misschien een beetje op verkeken. Het rijden is het probleem niet zo, maar we moeten elke dag (soms twee keer) voor ongeveer 60 euro tanken. Gelukkig kamperen we voor niets en proberen we goedkoop boodschappen te doen, dus dat compenseert de kosten weer een beetje. Het is alleen jammer om je hard verdiende geld letterlijk in rook op te zien gaan.

Een ander probleem waar we tegenop lopen, is de tijd dat de zon ondergaat. Het is winter en dat betekent dat het vroeg donker wordt, zo rond half zes. Dit is wellicht niet zo’n probleem als je in een groot verlicht huis woont, maar het voelt een beetje saai als je in the middle of nowhere na het avondeten al opgesloten in je campervan van vier vierkante meter zit. Doordat alle kampeerders zich rond zonsondergang al opsluiten in hun huis op wielen, voelen we ons vrij eenzaam. Rond een uur of acht/negen kruipen we dan vaak al onder de dekens om te slapen. De volgende ochtend eten we wat, gaan we weer rijden, hebben wat lunch, gaan we weer rijden, zoeken een kampeerplek, maken avondeten en sluiten ons weer op. En van deze gang van zaken, raken we toch een beetje in een dip…Dat neemt natuurlijk niet weg dat de outback echt prachtig is. Het is heel bizar om kilometers te kunnen rijden zonder ook maar een huis te zien.

Dé steen

Gelukkig zijn er ook lichtpuntjes in deze wat sombere periode. Zo bezoeken we de bekendste steen van Australië, Uluru. Ik had eerst mijn twijfels om ‘The Rock’ te bezoeken, want is het niet gewoon een overgehypte toeristische attractie? Maar daar bleek niets van waar. Het is oprecht super bijzonder om de steen te bezoeken en je leert ook vanalles over de Aboriginals die hier vroeger in deze omgeving leefden. Naast Uluru vind je Kata Tjuta, wat ook een indrukwekkende rotsformatie is. Wat stiekem misschien nog wel vetter is dan Uluru is Kings Canyon. Deze kloof ligt ook relatief in de buurt van Uluru en je kunt er prachtig wandelen. De wanden van de kloof zijn meer dan driehonderd meter hoog en sommige mensen zeggen zelfs dat de Kings Canyon mooier is dan de Grand Canyon in Amerika. Maar daar kunnen wij zelf nog niet over oordelen…

Het zit niet mee

Het originele plan was om Australië helemaal rond te rijden, maar door de hoge kosten van de benzine besluiten we dat niet meer te doen. We maken er een half rondje van en dat geeft ons eigenlijk wel een beetje rust. We moeten in december namelijk in Maleisië zijn, want Dominic’s ouders komen langs en we willen ook nog werken in Australië. Dat werken zit nog niet zo mee.

Er is wel veel werk, maar er zijn ook héél veel backpackers. We zien backpackers zelfs geld bieden voor de gouden tip wat werk betreft, bizar. De moed zakt dan ook flink in onze schoenen, als we worden afgewezen na een (telefonisch) sollicitatiegesprek bij een roadhouse in de buurt van Uluru. Ze vond ons helemaal leuk en aardig, maar heeft een stel aangenomen met meer ervaring. Tsja, daar kunnen we moeilijk tegenaan boksen. Andere opdrachtgevers reageren helemaal niet, of betalen ons ver onder het minimumloon.

Als we dan ook nog een flinke steen tegen onze voorruit krijgen gelanceerd door een vrachtwagen zitten we er even helemaal doorheen. Er zit een flinke barst in onze voorruit, wat de verkoop van de campervan sowieso geen goed gaat doen. Even denken we erover om Australië maar gewoon te verlaten. Wellicht is het gewoon niet helemaal ons land. We geven onszelf nog één week om werk te zoeken en als dat niet lukt vertrekken we.

Twee dagen later hebben we een dag een kampeerplek met internetbereik gevonden (nog zo’n drama in Australië, nergens is er bereik zodra je de kust verlaat). We besluiten de hele dag potentiële werkgevers te benaderen in de hoop snel iets te vinden. En dan blijkt het geluk weer aan onze zijde. Binnen een half uur worden we teruggebeld door het William Creek Hotel. Ze hebben per direct een stel nodig, ervaring is niet nodig én ze hebben zelfs een vliegtuigmaatschappij waar we zo nu en dan gratis scenic flights mee mogen doen. Je snapt dat we direct alle spullen in de campervan smijten en met piepende banden richting het hotel rijden…

Wordt vervolgd.

Laat via Facebook, YouTube of de reacties hieronder weten wat je van onze blogs, video’s en foto’s vindt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.