Tijd voor toeristisch Argentinië

Door Eva de Reus
Dit artikel hoort bij het land Argentinië
Toon meer berichten

Ik ben inmiddels een beetje verliefd op Argentinië. Het is tot nu toe een prachtig en divers land gebleken. En door de huidige economische crisis is onze euro veel meer peso’s waard dan voorheen. Het is dus ook relatief goedkoop. Niet leuk voor de bevolking, maar stiekem wel een beetje fijn voor ons. Zo doen we weer net even iets langer met ons wereldreisbudget.

Cafayate is de plaats waar het toeristische noorden van Argentinië begint. Net als in Mendoza, staat deze regio bekend om de diversiteit aan wijnen. Ik ben niet echt een wijndrinker, maar we besluiten toch naar een wijnproeverij te gaan. Althans, dat is het plan. Eenmaal aangekomen staan we voor een gesloten hek. Google heeft gelogen en de wijnproeverij is helemaal niet open op zaterdagmiddag. Bummer! We laten ons niet uit het veld slaan: er zal wijn gedronken worden! In de avond gaan we daarom naar een empanada-restaurant (bladerdeeghapjes) waar ook lokale wijn (in een karaf) geschonken wordt. De empanada’s waren niet fantastisch, de wijn stiekem best wel prima. Na het achterover tikken van toch zeker wel 2,5 wijnglas per persoon lopen we lichtelijk aangeschoten terug naar de camping. Dat wordt lekker slapen!

Het toeristische noorden

We rijden vanaf Cafayate de toeristische route 68 naar Salta. Onderweg komen we meerdere gesteentes tegen die door de lokale bevolking bijzondere namen hebben gekregen, zoals de kikker en de Obelisk. Dominic scoort bij een van de vele souvenirstalletjes een apart muziekinstrument. Het is een soort ronde fluit gemaakt van klei. De verkoper demonstreert het instrument: het klinkt prachtig. Dominic blijkt echter minder talent te hebben en de fluit belandt na tien minuten tevergeefs oefenen (arme oren) weer veilig in mijn tas. Tijdens het rijden komen we wel tientallen toeristenbussen tegen. Zo te zien komen steeds dichter bij het toeristische noorden! Overigens begrijpen wij de hype rondom route 68 niet helemaal. De eerste paar kilometers zijn prachtig, maar daarna verdwijnen de rotsformaties en rijden we door nogal saaie gebieden met redelijk veel verkeer.

Aangekomen bij Salta vinden we een redelijk goedkoop hostel mét parkeerruimte. Het is niet altijd even makkelijk om een hostel in het centrum met garage te vinden, maar hier hebben we geluk. We gaan uit op fastfood, want na al dat kampeereten (lees: pasta) zijn we wel toe aan friet. We vinden de McDonald’s, maar die blijkt super duur te zijn. In plaats daarvan nemen we plaats in een heel gezellig restaurantje waar het dagmenu (drie gangen) goedkoper is dan een menu van de eerder genoemde fastfoodketen. Bizar. Het is ook nog een heel erg lekker. In totaal komen we er nog twee keer terug. Sorry reisbudget.

In Salta bezoeken we naast ons lievelingsrestaurant ook een heel interessant museum. In het Museum of High Altitude Archaeology liggen de best bewaarde mummies ter wereld. Het is wel een beetje cru, want de mummies zijn kinderen die door de inca’s zijn geofferd. De gemummificeerde lichamen zijn in 1999 ontdekt op de top van de stratovulkaan Llullaillaco (6600 meter). Door de extreme kou zijn de kinderen in erg ‘goede’ staat aangetroffen. De drie kinderen worden om en om tentoongesteld en dus kan je er maar één zien. Tijdens ons bezoek werd ‘de jongen’ tentoongesteld. Heel bijzonder en bizar om te zien. Verder leggen ze in het museum ook uit waarom de kinderen zijn geofferd en waarom déze kinderen. Eén van de meest interessante musea die we hebben bezocht tijdens onze reis.

Drie kilometer?

Na Salta rijden we door naar Salinas Grandes, een zoutvlakte. De weg ernaartoe is prima, maar we hebben te maken met onverwachte oponthoud. We treffen namelijk langs de kant van de (onverharde) weg een Argentijn met pech aan. Niet alweer he? Er is een probleem waardoor de gammele bak van de Argentijn niet start. Het Spaans van de man is moeilijk te begrijpen, maar Dominic moet een of ander pompje indrukken tijdens het starten van de auto. Het werkt niet. Ondertussen zie ik ook een vloeistof op de grond druppelen. Die gaat het niet meer doen. Volgens de beste man is zijn dorp heel dichtbij en hij vraagt of we ‘m willen trekken. ‘Tres, tres’, zegt de man. Drie kilometer? Dat willen we nog best doen. En daar gaan we: met een dun stuk touw trekt onze monsterbak de gammele auto vooruit. Maar dat dorp blijkt nergens te bekennen. Na drie kilometer niet, na vijf kilometer ook niet. We moeten opeens een afslag in. Zou hij hier dan wonen? De weg is erg slecht. We rijden door vrij diep zand en onze auto begint het moeilijk te krijgen. Het touw breekt. Dit gaat ‘m sowieso niet worden. We leggen de man uit dat trekken over deze weg geen optie is en bieden hem en zijn vader aan om naar een dorp te rijden voor hulp. Erg hartelijk wordt ons aanbod niet ontvangen. De vader wordt zelfs een beetje boos. Na tien minuten uitleggen dat we ‘m écht niet meer gaan trekken (we zitten zelf immers bijna vast in het zand) gaat de man overstag. De vader is nog steeds boos en blijft in de gammele auto zitten. We geven ‘m een fles water en rijden vervolgens weg. ‘Tres, tres’, zegt de man weer als we vragen waar zijn dorp nou is. We rijden over de onmogelijke weg en komen uiteindelijk weer uit bij de hoofdweg. Serieus? Hebben we deze afslag nou echt genomen om een paar kilometers af te snijden? We beginnen de man inmiddels behoorlijk zat te worden. Uiteindelijk komen we na een kilometer of vijftig(!) aan bij het dorp: Tres Morres. Daarom zei hij dus de hele tijd ’tres’… De man wil per se afgezet worden voor zijn huis en vraagt vervolgens nog om een fles water. Er kan nog net een bedankje van af. Kom maar door met die karmapunten hoor…

Na een hele lange dag komen we aan bij de zoutvlakte. Die ziet er nog best wel tof uit. Helaas kunnen we er beide niet erg van genieten, want we hebben zware hoofdpijn. Of het komt door onze ervaring van vandaag of door de hoogte (3450 meter) weten we niet precies. Het is overigens ook te winderig om buiten te koken, dus ons avondeten bestaat uit brood en chips. We besluiten maar snel achter in ons auto te kruipen. Tijd om de ogen te sluiten!

Bergen met kleuren

Alsof 3450 meter niet hoog genoeg is, rijden we de volgende dag nog verder de hoogte in. Na een bergpas op ruim 4000 meter hoogte te hebben gepasseerd komen we aan in het dorpje Purmarmarca, waar de berg ‘met de zeven kleuren’ te bewonderen valt. Eerlijk gezegd is die niet heel bijzonder, maar het dorpje zelf is best leuk om te bezoeken. Ik scoor er onder andere snoepjes met daarin coca verwerkt. En alhoewel je misschien direct aan cocaïne moet denken, gebeuren er geen vage dingen als je deze snoepjes eet. Cocabladeren worden in de Andes namelijk gekauwd als middel tegen hoogteziekte. De snoepjes smaken niet erg lekker, maar de rest van de dag heb ik geen last van hoofdpijn dus misschien is het toch ergens goed voor geweest.

We slapen die nacht in de buurt van een bijzonder vette canyon. Stiekem veel interessanter dan de berg met de zeven kleuren. We maken in de ochtend een korte wandeling en dan is het tijd voor de volgende highlight: de berg ‘met de veertien kleuren’. Deze is overigens wél indrukwekkend. Al moet ik zeggen dat we tijdens het rijden wel meer van dit soort soortgelijke bergen zien. Die hebben het alleen nooit gemaakt tot toeristische trekpleister.

De veertienkleurige berg is de afsluiter van onze roadtrip door Argentinië. Alhoewel, stiekem weten we al dat we eind dit jaar nog eens terug gaan komen! Wat een tof land is Argentinië. Nu op naar Bolivia.

Laat via Facebook, YouTube of de reacties hieronder weten wat je van onze blogs, video’s en foto’s vindt.

Dit bericht is geplaatst in Persoonlijk blog, Zuid-Amerika

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.