De grens over met (duur) Bolivia

Door Eva de Reus
Dit artikel hoort bij het land Bolivia
Toon meer berichten

En toen was het tijd voor Bolivia, maar al voordat we de grens overgaan heb ik er eigenlijk al geen zin meer in. En dat komt door Booking.com. Ik had mij zó verheugd op hostels voor drie euro of chille hotelkamers voor een tientje, maar wat blijkt? De accommodaties in Bolivia zijn duur. Heel erg duur. De goedkoopste kamers die ik kan vinden in Uyuni, de plek waar we naartoe gaan, zijn dik twintig euro. En dan denk je misschien: ‘kom op Eva, in Nederland betaal je het driedubbele’, maar dit is Bolivia. Hét land waar iedereen over zegt dat het zo ontzettend goedkoop is. Niet dus.

Met frisse tegenzin rijden we dan toch maar de grens met Bolivia over. Het begint positief: het pinnen gaat makkelijk en er is gratis wifi in het centrum van het dorpje. We scoren een paar appels en twee plakken cake voor anderhalve euro, dus dat valt me alles mee. Daarnaast is de weg richting Uyuni opvallend goed. We moeten er dan wel toll voor betalen, maar als je er een prachtige gloednieuwe geasfalteerde weg voor terug krijgt vinden wij dat geen probleem. Een land is zo goed als haar wegen toch? Dan gaat het met Bolivia dus de goede kant op.

Warme drank en koude kamer

Na een lange dag rijden, komen we aan in Uyuni. Voor ruim twintig euro per nacht vinden we een accommodatie met parkeergarage. Ik heb op internet gelezen dat Bolivianen het vaak voorzien hebben op je auto of onderdelen daarvan, dus no way dat onze monsterbak op straat zal overnachten. We gaan uit op eten en we hebben geluk: er is kermis. Net als in Nederland barst het hier van de kraampjes met goedkoop voedsel. We scoren een soort gefrituurd brood, wat smaakt naar oliebol. In de laatste paar happen blijkt er ook nog kaas in te zitten. Best wel prima. Dominic laat zich ook nog een of ander warm maïsdrankje aan smeren. Hij zegt het lekker te vinden, maar drinkt het stiekem niet helemaal op. Omdat het brood niet genoeg was, halen we ook nog een frietje. Die is overigens in verhouding tot hoe weinig we krijgen erg duur, maar vooruit. In het hotel duiken we snel onder de dekens. Niet omdat we gaan slapen, maar de kamer is super koud. In Chili en Argentinië waren de verblijven ook vaak koud, maar probeerde men er nog tegen op te stoken. Hier blijken we de kou maar gewoon te moeten accepteren, want er is nergens een verwarming of openhaard te bekennen. Gelukkig hebben we wel ieder een stuk of vijf dekens.

We hebben nog een volle dag in Uyuni, voordat onze tour naar de zoutvlakte begint en dat blijkt een fout. In de stad is namelijk vrij weinig te beleven en het is duur. We kunnen geen brood vinden in de supermarkt en de kermis is dicht, dus besluiten we te lunchen bij één van de vele restaurantjes. Duur grapje, want we betalen vijftien euro voor noedels die spaghetti moeten voorstellen en koude kip. Het avondeten slaan we daarom ook maar meteen over. Ben je van plan ooit naar Uyuni te komen? Zorg dan dat je er zo kort mogelijk bent.

Op naar de zoutvlakte

Genoeg gezeur. Tijd voor leuke dingen, we gaan namelijk op tour naar de zoutvlakte en andere toffe gebieden. De zoutvlaktes kan je in principe met je eigen auto bezoeken (zeker in het droogseizoen), maar wij willen niet riskeren dat het zout onze auto aantast en spelen daarom op safe. Daarnaast kunnen we na een maand kamperen in Argentinië wel wat gezelligheid in de vorm van andere mensen gebruiken. We gaan overigens op tour met een Spaanse gids, want dat is ruim veertig euro per persoon goedkoper dan een Engelse gids. Gelukkig kunnen onze groepsgenootjes (twee Spanjaarden en twee Fransen) wel Engels, dus dat komt helemaal goed.

Na een korte stop bij een treinenkerkhof (niet heel bijzonder) en een toeristisch dorpje waar gedemonstreerd wordt wat men doet met al het zout is het tijd om de zoutvlakte op te rijden. Het lijkt en klinkt bijna alsof je over sneeuw rijdt! Salar de Uyuni is met een oppervlakte van ruim 10.000 vierkante kilometer de grootste zoutvlakte van de wereld. Je kunt dus zo ver kijken als je wilt: overal ligt zout. Dat maakt het de perfecte plek voor leuke perspectief foto’s. Ik moet zeggen dat Dominic en ik daar niet zo’n talent in blijken te hebben, maar we hebben toch een paar leuke plaatjes kunnen schieten.

Midden op de zoutvlaktes ligt een eiland met heel veel cactussen. Niet mega spectaculair, maar het uitzicht boven op de heuvel is best mooi. Overigens merken we hier goed dat we ons nog steeds op grote hoogte bevinden (3650 meter). De heuvel beklimmen is namelijk een behoorlijk karwei, terwijl die stiekem echt niet zo hoog is.

We slapen in een hotel dat is gemaakt is van zout. En geloof me, dat is geen toeristisch praatje. Dominic heeft even aan de muur gelikt (in opdracht van mij) en het is echt zout. Nu maar hopen dat niet iedere toerist dat doet, haha. We bereiden ons voor op een ontzettend koude nacht, want volgens de gids is het hier ’s nachts zo’n -20 graden celcius. Met zo’n vier lagen aan kruip ik in mijn slaapzak en vervolgens onder de dekens: ik slaap als een roosje.

Heel veel meren

Op dag twee maakt de zoutvlakte plaats voor woestijn en meren. De landschappen zijn erg mooi, maar ik ben vooral gefocust op de flamingo’s. Eerder zagen we ze al vanaf een afstand in Calafate (Argentinië), maar nu zien we ze van dichtbij. Gek eigenlijk, dat we die nog nooit eerder tegengekomen zijn tijdens onze reis. Ze schijnen zelfs in Nederland voor te komen! Flamingo’s blijken erg fotogeniek en ik spendeer de meeste tijd van deze dag dus achter mijn camera.

Bolivia blijkt rijk te zijn aan mooie meren, want we zo’n beetje alle stops van vandaag zijn meren. Gelukkig is het lekker weer, dus zo erg is dat niet. Het laatste meer dat we bezoeken is Laguna Colorada in het Eduardo Avaroa Andes Fauna National Reserve. Om dit park te bezoeken moet je zo’n 20 euro per persoon betalen. Dit wisten we van tevoren, maar ik vind het toch een behoorlijk pittig bedrag. Het meer, en de omgeving daarvan, is wel erg mooi. Helaas blijkt het voor sommige mensen lastig om de bordjes te lezen. Die bordjes geven aan dat je op het pad moeten blijven en niet op het ‘gras’ mag staan aan de rand van het meer. Blijkbaar is een selfie met een flamingo toch belangrijker dan het behoud van de natuur.

Bibberen in de auto

De volgende morgen moeten we erg vroeg opstaan. Ik heb het tijdstip alweer uit mijn geheugen gewist, maar volgens mij was het een uur of vijf. We zijn namelijk in het zuiden van Bolivia beland, tegen de grens met Chili aan en moeten vandaag een behoorlijk stuk terugrijden. Voordat de lange autorit begint, maken we nog een aantal stops. De eerste stop zijn een stel geisers, die behoorlijk vet zijn om te zien. Na twee minuten in de letterlijke ijskou (-15 graden celcius) vind ik het wel weer mooi geweest en bibber verder in de auto. De volgende stop is een hotspring (38 graden celcius). Nu klinkt dat natuurlijk erg aantrekkelijk gezien de kou, maar het probleem is dat je eerst je kleren uit moet trekken. Niemand van ons groepje ziet dat heel erg zitten en dus kijken we toe hoe andere wel zo gek zijn om dat te doen.

De volgende stop is een meer (verrassing). Hier is ook de grens met Chili, waar we onze Spaanse groepsgenootjes afzetten. Die zijn overigens net als wij op wereldreis en we hebben het erg gezellig gehad met hen. De lange autorit kan beginnen! We hebben een beetje medelijden met onze gids. Hij is net als wij vroeg opgestaan en moet nu nog de hele dag (zo’n zes uur) rijden. Ergens vragen we ons af of dit nou wel zo’n slim idee is, maar hij verzekerd ons dat hij het aankan. Overigens zijn we blij dat we deze tocht niet met onze eigen auto hebben gedaan. De wegen naar alle stops waren vrij avontuurlijk en waren zeer zeker een uitdaging voor onze auto geweest. Eind van de middag komen we weer aan in Uyuni. We hebben pech, want ‘ons’ hotel is volgeboekt. We moeten dus lastminute naar iets anders opzoek. Het alternatief heeft geen plek meer in de garage. We wagen de gok en parkeren de auto voor één nacht op straat. Als dat maar goed gaat…

Ja hoor! De volgende morgen staat’ie er nog. Alle onderdelen lijken er ook nog aan te zitten. Wat minder goed gaat is de douche. We maken kennis met de elektrische douche, ook wel bekend als de suicide shower. Het water wordt elektrisch verwarmd, letterlijk boven je hoofd. Hebben wij niet als kind geleerd dat elektriciteit en water niet goed samen gaan? Na een korte research op internet lijken de douches wel redelijk veilig te zijn, zolang je maar niets aanraakt. Toch verlaat ik ongedoucht het hotel, want ondanks de elektriciteit wordt de douche niet warm. En ik had het verdomme al zo koud… Heel even verander ik in een dramaqueen en roep dingen als ‘we verlaten per direct Bolivia’ en ‘ik boek nu een vliegticket naar een warm land’. Ach, wat kou toch met een mens kan doen. We geven Bolivia nog een kans, maar dat lees je in een volgend blog.

Laat via Facebook, YouTube of de reacties hieronder weten wat je van onze blogs, video’s en foto’s vindt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.