Even klaar met de kou en hoogte

Door Eva de Reus
Dit artikel hoort bij het land Bolivia
Toon meer berichten

We rijden door naar Copacabana, een plaatsje aan het Titicacameer. Het Titicacameer ligt zowel in Bolivia als Peru en is het grootste meer van Zuid-Amerika. Het is tevens het hoogste commercieel bevaarbare meer ter wereld en dus een toeristenplekpleister, want je kan er boottripjes maken naar de vele eilandjes.

Om Copacabana vanuit La Paz te bereiken moet je eerst een stuk van het meer over. Nu heb ik nooit zo’n problemen met ferry’s, maar van deze boot word ik toch wel een beetje nerveus. Het zijn letterlijk een stel houten planken. Een bus, die ook op de ferry wordt vervoerd, zien we flink heen en weer schudden op het water. Dit wordt wat. Gelukkig voelen we ons op het water relatief veilig. Dominic heeft de raam van onze auto opengezet ‘voor het geval dat’. Na zo’n vijf tot tien minuten bereiken we veilig de overkant. Op internet heb ik gelezen dat de overtocht zo’n 40 BOB (5 euro) moet kosten. Als we de ‘kapitein’ 50 BOB geven met de intentie wisselgeld terug te krijgen, knikt hij goedkeurend en wuift hij dat we weg kunnen rijden. We hebben niet zoveel zin om er tegen in te gaan, maar het zet ons wel even op scherp. Dit zijn weer Azië-praktijken waar ze ongegeneerd je geld aftroggelen.

Ons verlies valt niet zo zwaar, want we vinden een relatief goedkoop verblijf voor elf euro. Het gaat de goede kant op! Het is weer een typisch Boliviaans hotel: de muren zijn in felle kleuren geverfd (al valt de verf van de muur), er komen schokjes uit het stopcontact en de kamer is ijskoud. We hopen op een warme douche, maar helaas: Dominic keert teleurgesteld en boos terug van zijn douchesessie. In al onze verblijven in Bolivia hebben we nog geen enkele keer een goede douche gehad en dat terwijl het buiten echt best fris is. We voelen ons vies, koud en zijn een beetje teleurgesteld in Bolivia. We snappen dat ze hier niet 100% kunnen voldoen aan de Nederlandse standaarden, maar is een warme douche echt teveel gevraagd?

Geen energie

We willen een heuvel beklimmen voor een uitzicht over de stad, maar in het poncho-museum merk ik al dat ’t mij niet gaat lukken. Zwaar ademend kan ik nog net op mijn benen overeind blijven staan om de informatiebordjes te lezen. De hoogte (bijna 4000 meter) begint zijn tol nu wel echt te eisen. Ik heb dan wel geen hoogteziekte, maar mijn energielevel is 0 en elke trap voelt als een bergbeklimming. Ik ben toe aan lager gelegen gebieden, maar helaas ligt ook buurland Peru erg hoog.

Vanaf Copacabana kan je met de boot naar Isla del Sol. Volgens de Inca’s werd hier zonnegod Inti geboren, vandaar de naam. Ik twijfel of we moeten gaan, want door een conflict op het eiland is alleen het zuiden nog te bezoeken. En dat terwijl juist het noorden zo mooi schijnt te zijn. Dominic staat erop dat we gaan (‘anders zijn we hier voor niets gekomen’) en dus zitten we de dag er na in een bootje naar het eiland. Overigens werden we ook hier weer schaamteloos opgelicht. Het is algemeen bekend dat de boottickets 30 BOB kosten, maar bij het zien van onze toeristische koppen werd de prijs opeens 40 BOB. Gelukkig kwam de verkoper daar snel op terug toen Dominic en ik onze geacteerde verbaasde blikken toonden.

Na een bootrit van bijna twee uur komen we aan het op eiland. Verrassing: we moeten eerst een heel stuk omhoog lopen. Met een pauze na elke tien stappen weet ik uiteindelijk de top te bereiken. Het uitzicht is best wel mooi en we hebben geluk: het waait niet en de zon schijnt. Het rondje over het zuidelijk gedeelte van het eiland heb je zo gelopen, dus we spenderen onze middag op een terras met uitzicht op Peru. Voor 4,5 euro scoren we een driegangenmenu en ondertussen genieten we van de bijzondere vogeltjes die er rondvliegen. Na twee uur chillen lopen we weer terug naar de haven, waar onze boot wacht om ons mee terug te nemen. Eerlijk: Isla del Sol is niet mega spectaculair, maar het is er best mooi en op een zonnige dag vermaak je je er prima.

Nieuw plan

Omdat we het zo hebben gehad met de hoogte en de kou, bedenken we een nieuw reisplan. In het noordoosten van Peru ligt namelijk de amazone. En laat dat nou net én heel laag liggen (150 meter) én heel warm zijn (30 graden). Met vol enthousiasme rijden we daarom de grens met Peru over. Amazone here we come!

Laat via Facebook, YouTube of de reacties hieronder weten wat je van onze blogs, video’s en foto’s vindt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *