Het meest noordelijkste stukje van Zuid-Amerika

Door Eva de Reus
Dit artikel hoort bij het land Colombia
Toon meer berichten

We nemen de bus van Cartagena naar Riohacha. Daar blijven we maar één nachtje, want we hebben een doel: naar haar het noordelijkste punt van Colombia én Zuid-Amerika reizen. En dat is me nogal een reis…

We hebben in Riohacha bewust een hostel gekozen op de plek waar de zogenoemde collectivo’s richting Uribia vertrekken. Zo hoeven we niet al te veel met onze tassen te slepen. Een collectivo vinden is niet zo moeilijk. Zodra we ons hostel uit lopen worden we door verschillende chauffeurs aangesproken. We kiezen er één uit en dan is het een kwestie van wachten. De taxi vertrekt namelijk pas als ie vol is en daar hebben we nog twee andere reizigers voor nodig. Gelukkig duurt dit niet al te lang en rijden we na zo’n half uur Riohacha uit.

Uribia is nog niet het eindpunt en bij aankomst zijn we daar reuze blij mee. De omgeving rondom het stadje is letterlijk één grote vuilnisbelt. Dominic en ik zijn wel wat gewend en verbazen ons nauwelijks meer over al het plastic afval in de wereld, maar dit slaat alles. In het centrum zelf zien we meerdere mensen nonchalant afval op straat gooien. Ook drinkt men hier niet uit plastic flesjes (wat ook slecht is), maar uit plastic zakjes die bedoeld zijn voor ijsblokjes. Er zit maximaal 200 milliliter in en na drie slokken belandt het zakje dus op straat. Bizar. Snel weg hier dus. Dit gaat minder soepel dan verwacht, want onze collectivo zet ons af bij een touroperator in plaats van bij de taxi’s richting Cabo de la Vela. De touroperator vraagt, uiteraard, veel te veel voor de rit en dus zit er niet anders op dan met onze zware tassen in het hete en vieze Uribia op zoek te gaan naar de standplaats voor gedeelde taxi’s. Dominic spreekt gelukkig inmiddels best een woordje Spaans en de standplaats is vrij snel gevonden. Een uur later zitten we met zes andere toeristen, drie locals, drie vaten benzine en een heleboel boodschappen in een pick-up richting Cabo de la Vela.

Voor we bij het ‘centrum’ aankomen, stoppen we eerst bij verschillende huizen om boodschappen af te leveren. De boodschappen bestaan voornamelijk uit een grote zak rijst, tientallen zakken pasta, eieren en flessen frisdrank. Er is geen supermarkt in het dorp, dus de bewoners zijn afhankelijk van de pick-ups die hun benodigdheden komen brengen. Het voedsel is hier niet erg divers en dat merken we ook direct als we aankomen in het dorp. De menukaarten van de restaurants bestaan voornamelijk uit drie opties: vis met rijst, kip met rijst of voor de vegetariërs: gebakken banaan met rijst. Back to basic dus en dat geldt ook voor ons verblijf. We slapen namelijk letterlijk in een hangmat op het strand. Er zijn wel opties voor privékamers, maar wij laten deze unieke ervaring (en budgetoptie) natuurlijk niet aan ons voorbij gaan. Wij maken die avond nog een rondje door het dorp, dat er behoorlijk verlaten uitziet, en dan is het tijd om ons nieuwe bed uit te proberen.

Middle of nowhere

Zo’n hangmat slaapt nog verrassend goed. Al werd het ’s nachts best wel fris en hadden we geen deken gekregen. Na ons ontbijt, cake en fruit uit Riohacha, naar binnen te hebben gewerkt is het tijd voor onze ’tour’ door ons dorp. We worden op motors in belachelijke snelheid naar verschillende stops gereden. Ik moet zeggen dat de woestijnachtige omgeving er behoorlijk vet uitziet. We worden gedropt bij een strand, waar we over drie uur weer opgehaald zullen worden. Naast het strand ligt een soort berg met de naam Pilón de Azúcar. ‘Leuk om op te klimmen’, vertelde onze ‘gids’ eerder, dus dat doen we dan maar. Het waait behoorlijk hard op de top, maar het uitzicht is prachtig. Nu beseffen we ons echt goed, dat we in de middle of nowhere zitten. Na twee uurtjes op het strand te hebben gechillt, lopen we nog een rondje langs de toeristenkraampjes. De lokale bevolking, Wayuu genaamd, maakt bijzondere tassen. Vrouwen dienen de tassen te leren maken, zodra ze voor de eerste keer ongesteld zijn. Omdat de tassen één van de hoofdinkomsten van de (arme) bevolking is, wordt afdingen niet gewaardeerd. Dat doen we dus ook niet en scoren twee armbandjes en een kleine tas.

Deze armbandjes en tassen worden overigens ook verkocht op het strand bij ons verblijf. Om het halfuur komt er een groep kinderen aan onze hangmat staan met de vraag of we alsjeblieft iets willen kopen. De moeder staat vaak op afstand te kijken. Aangezien we deze vorm van kinderarbeid niet willen steunen, kopen we niets van hen. Wel geven we zo nu en dan wat chips of een koekje. De kinderen in dit gebied zijn namelijk heel erg arm. Het departement La Guajira, waar Cabo de la Vela onder valt, is namelijk één van de armste departementen van Colombia. Vele kinderen gaan niet naar school (slechte kwaliteit en te ver weg), er zijn bijna geen wegen, er is nauwelijks elektriciteit en huizen hebben geen stromend water. Water is sowieso een probleem in dit droge gebied. Sommige mensen moeten uren lopen of fietsen naar de dichtstbijzijnde waterbron.

Het is moeilijk voor te stellen dat mensen nóg meer afgelegen wonen dan Cabo de la Vela, maar het is toch echt zo. De dag erop rijden we namelijk ruim drie uur door de woestijn naar Punta Gallinas. Onderweg zien we meerdere huizen die letterlijk omringd worden door kilometers woestijn. Onvoorstelbaar hoe deze mensen in deze omgeving kunnen leven. Langs de ‘weg’ heeft de bevolking blokkades gebouwd (twee stokken verbonden met een touw), zodat je niet direct met de auto door kunt rijden. Kinderen, maar soms ook ouderen, staan bij deze obstakels te bedelen om eten en geld. Onze chauffeur wuift dat de kinderen het touw moeten laten zakken en dat doen ze vaak gehoorzaam. Wellicht heeft het er mee te maken dat onze ramen geblindeerd zijn en men dus niet kan zien dat er toeristen in de auto zitten. We hebben namelijk verhalen gelezen van toeristen met eigen vervoer die continu gestopt werden en verplicht iets moesten geven. Ze werden zelfs bekogeld met stenen als ze niets gaven. Heel bizar.

Meest noordelijke punt

Om ons verblijf in Punta Gallinas te bereiken, moeten we nog een klein stukje met de boot. Punta Gallinas is zelf geen dorp, maar meer een gebied met hier en daar wat accomodaties voor de toeristen die naar dit gebied afreizen. Als we eenmaal onze hangmat toegewezen hebben gekregen en onze lunch achter de kiezen is, stappen we in een jeep voor de tour. De eerste stop is wat mij betreft de meest bijzondere stop: het noordelijkste puntje van het vasteland van Zuid-Amerika. Er staat een klein verlaten huisje met daarop de kaart van de regio, een oude vuurtoren en er lopen een aantal schapen en ezels. Meer niet. Het is gek om te beseffen dat we een paar maanden terug nog helemaal in het zuiden van Argentinië waren. Wát een afstand hebben wij in die tijd afgelegd!

De volgende stop is een uitkijkpunt over een prachtig gebied. Ook hier staan weer kinderen met armbandjes en tassen. Ze staan nieuwsgierig te kijken naar hoe Dominic foto’s maakt van de omgeving. Ze worden erg enthousiast als we ze door de zoeker van de camera laten kijken. We laten ze een aantal foto’s maken en dan wijzen ze naar ons. Een beetje ongemakkelijk poseren we voor onze eigen camera. Klik! Vervolgens willen de kinderen zelf ook nog op de foto met ons. Zie hieronder het resultaat.

Na een avontuurlijke autorit komen we bij de laatste stop terecht: een stel duinen die rechtstreeks de zee in lopen. Het is er prachtig, maar er is één probleem: niemand heeft ons verteld dat we gingen zwemmen en we hebben dus geen badkleding mee. We hebben een stop van anderhalf uur en het is zó heet in de woestijn, dat niet zwemmen eigen geen optie is. In onderbroek en t-shirt, heel charmant, spring ik uiteindelijk de zee in. Het water is heerlijk verkoelend. Dit moet één van de mooiste plekken zijn waar we ooit hebben gezwommen.

Voor het diner maken we nog een korte wandeling in de omgeving van ons verblijf. Het is er zo mooi en rustig. Er wonen een handjevol mensen en er zijn weinig toeristen. We delen ons laatste pakje oreo’s uit aan twee kinderen die nieuwsgierig naar ons staan te kijken. We balen dat we niets iets van schriftjes en kleurpotloden hebben meegenomen. Ik heb thuis zoveel spullen die ik met liefde aan deze kinderen had gegeven, maar helaas hebben we niets bij ons. Het blijft dus bij koekjes, waar ze gelukkig ook al heel blij mee zijn.

Regen?!

De volgende ochtend is het alweer tijd om onze lange reis terug naar Riohacha te maken. We hebben dikke pech. Het regent bijna nooit in de woestijn, al helemaal niet in de maand augustus, maar vannacht kwam het met bakken uit de hemel. De auto die ons naar Uribia moet brengen, is flink vertraagd. Drie uur later dan gepland komt de jeep aanrijden: alles zit onder de modder. We begrijpen na een half uurtje rijden direct waarom. De woestijnweg is namelijk veranderd in een grote modderpoel. Meerdere keren slippen we gigantisch weg en één keer staan we muurvast. Gelukkig rijden we in een colonne, zodat anderen ons snel te hulp kunnen schieten. We stuiten halverwege de rit nog op een tankwagen die vast staat in een dal en de modderige heuvel niet op komt. Tsja, die trek je ook niet even omhoog. Alle families uit omliggende huizen zijn uitgeroepen om naar het fiasco te komen kijken. Hilarisch vinden ze het. Vraag me niet hoe, maar na een half uur weet de tankwagen de heuvel op te komen en kunnen wij, en alle andere auto’s achter ons, weer verder.

Laat in de middag komen we aan in Uribia, waar we na een tijdje wachten een gedeelde taxi vinden richting Riohacha. Moe van de lange reisdag scoren we daar wat avondeten en duiken ons bed in. Wát een avontuur.

Wil je meer weten over hoe je Cabo de la Vela en Punta Gallinas bezoekt en welke highlights je er kunt bezichtigen? Check dan het artikel da ik schreef voor Wereldreizigersclub

Laat via Facebook, YouTube of de reacties hieronder weten wat je van onze blogs, video’s en foto’s vindt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.