De grens over van Colombia naar Ecuador

Door Eva de Reus
Dit artikel hoort bij het land Colombia
Toon meer berichten

Wie op de kaart kijkt, zal zien dat San Gil (Colombia) en Quito (Ecuador) niet écht dichtbij elkaar liggen. Toch besluiten we deze afstand af te leggen. Met bussen welteverstaan.

Vliegen zou een stuk eenvoudiger zijn, dat klopt. Helaas zijn vliegtickets in Zuid-Amerika niet te betalen. Binnenlandse vluchten zijn spotgoedkoop, maar zodra je de grens over moet dien je bijna miljonair te zijn. Daarnaast hebben we onlangs opgezocht hoe slecht vliegen nou eigenlijk voor het milieu is en waren we daar behoorlijk van geschrokken. Dan kan je nog wel zo leuk vegetariër (proberen te) zijn, vliegen is nog vele malen erger dan een biefstukje naar binnen schuiven. We gaan dus met de bus. Althans niet één bus: om van San Gil naar Quito te komen, moeten we met drie langeafstandsbussen, twee lokale bussen en twee taxi’s. Zin in…

Oneerlijk

Om een lang en saai verhaal kort te maken: na twee langeafstandsbussen komen we aan bij de grens tussen Colombia en Ecuador. Een ‘rood’ gebied volgens Buitenlandse Zaken, oftewel: hier kan je beter niet komen. Van deze onveilige situatie merken we eigenlijk vrij weinig. We slapen een nachtje in de buurt van de grens, want na twee bussen (waaronder een nachtbus) zijn we behoorlijk gesloopt. We gaan ‘uiteten’ bij het lokale kiprestaurant, waar ze wonder boven wonder een vegaburger verkopen. Volgens Dominic zelfs ‘één van de lekkerste’ die hij ooit heeft gegeten. Tijdens het eten lopen er twee zwervers langs het raam. Hoogstwaarschijnlijk zijn het Venezolanen, die hun land vanwege de situatie daar zijn ontvlucht. De Venezolanen zitten nu ‘vast’ in Colombia, omdat Ecuador onlangs de regels voor hen heeft aanscherpt. Zonder paspoort, vijftig dollar en aangevraagd visum komen Venezolanen het land niet in. De twee mannen kijken verlekkerd naar ons eten. Aangezien we veel en veel te veel eten hebben gekregen, bieden we hen wat aan. Het voelt gek om ons afgedankte eten te overhandigen aan anderen, maar ze zijn er gelukkig wel heel blij mee.

De volgende morgen vertrekken we vroeg naar de grens. Op internet hebben we horrorverhalen gelezen over urenlange wachtrijen. Wanneer we om zeven uur ’s ochtends aankomen blijkt er echter bijna niemand te zijn. Wel staan er een aantal tenten van het rode kruis en zien we Venezolanen op straat tandenpoetsen. Het is eigenlijk oneerlijk dat wij met ons Nederlandse paspoort binnen tien minuten de grens over zijn, maar zij geen enkele kans hebben. Het maakt ons extra bewust van ons privilege als mensen geboren in een westers land.

Bussen, bussen, bussen

We zijn in Ecuador! Met een minibusje gaan we naar de dichtstbijzijnde stad om daar een bus naar Quito te pakken. Het valt ons direct op dat de bussen hier een stuk minder luxe zijn dan in Colombia en Peru. Er is nauwelijks beenruimte en dus is er geen ruimte om onze dagtassen tussen onze benen te zetten. Oftewel: vijf uur lang met zware tassen op onze schoot. Overigens is het ruimtegebrek misschien maar goed ook. Het schijnt namelijk dat in Ecuador kinderen door de bus kruipen en met een mes je tas opensnijden om er vandoor te gaan met de inhoud. Hoe dan? Vraag ik me af als ik de bus bekijk. Het lijkt me veel te krap om in de bus rond te kunnen kruipen, laat staan ongemerkt tassen open te snijden. Ach, we gaan het meemaken!

Ons hostel had vooraf geadviseerd een bus te nemen naar de zuidelijke terminal in Quito. Vanaf daar zou namelijk een rechtstreekse ’tram’ naar het hostel gaan. Zo gezegd, zo gedaan zou je denken, maar helaas loopt het iets anders. We worden namelijk afgezet in de noordelijke terminal en er wordt vervolgens een buskaartje in ons hand gedrukt om naar de zuidelijke terminal te gaan… Daar komen ze lekker makkelijk vanaf! Lichtelijk geïrriteerd lopen we met ons zware tassen en waardevolle spullen door de menigte op zoek naar de juiste bus. Dat duurt vrij lang en in alle chaos raak ik ook nog onze waterfles kwijt met een boze Dominic al resultaat. Eenmaal aangekomen bij de zuidelijke terminal stappen we over in de ‘rechtstreekse tram’ naar ons hostel. Stiekem is het gewoon een bus, maar vooruit. Net als overal in Zuid-Amerika zit de bus helemaal vol en dus staan we met al onze spullen als sardientjes in de bloedhitte. Als blijkt dat deze bus helemaal niet rechtstreeks gaat, maar we nóg een keer moeten overstappen hebben we het beide helemaal gehad. We zijn gesloopt.

In ons hostel hebben we nergens meer energie voor en liggen we beide rond een uur of negen als een blok te slapen. Hallo Ecuador, morgen geven we je een echte kans!

Laat via Facebook, YouTube of de reacties hieronder weten wat je van onze blogs, video’s en foto’s vindt.

 

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.